Doneer direct
6 maart 2018

Het effect van lichttherapie op somberheidsklachten bij mensen met de ziekte van Parkinson

Bevindingen van onderzoek naar het effect van lichttherapie op somberheidsklachten bij mensen met de ziekte van Parkinson

Doel van het onderzoek:
Het doel van het onderzoek was om te bepalen of een combinatie van slaap-waak structurering en lichttherapie effectiever is in de behandeling van somberheidsklachten bij mensen met de Ziekte van Parkinson (ZvP) en een depressie, dan behandeling met slaap-waak structurering en controle-licht.

Lees hier meer over de opzet van het onderzoek aan het VU medisch centrum in Amsterdam.

Conclusie van het onderzoek:
In beide groepen verbeterde de depressieve stemming duidelijk, maar in gelijke mate. Het lijkt erop dat het aanhouden van vaste bedtijden belangrijker is dan het toegevoegde effect van lichtbehandeling. Wel lijkt de lichtbehandeling te zorgen voor een iets betere ervaring van de slaap. Mogelijk heeft dit te maken met een effect van het licht op hormonen van de biologische klok.

 

Lees hieronder het uitgebreide onderzoeksverslag:

Onderzoeksmethoden:
Het onderzoek vond plaats tussen juli 2012 en januari 2017. In deze periode deden 83 onderzoeksdeelnemers mee aan het onderzoek. De deelnemers werden verdeeld over twee onderzoeksgroepen

  1. De experimentele groep:
    Deze groep werd behandeld met een combinatie van slaap-waak structurering en lichttherapie met een lamp die licht met een ‘daglicht’-spectrum verspreidde met een intensiteit van ongeveer 10.000 Lux
  2. De controlegroep:
    Deze groep werd behandeld met een combinatie van slaap-waak structurering en een controle-licht. Hierbij waren filters in de lamp geplaatst die de intensiteit van het licht verlaagden tot ongeveer 200 Lux.

In beide groepen vond slaap-waak structurering plaats door de deelnemers op vaste tijden lichttherapie te laten volgen. Hierbij moesten de deelnemers in de ochtend op een vaste tijd opstaan om lichttherapie te volgen, en werden zij geadviseerd om in de avond ongeveer een uur na de lichttherapie naar bed te gaan. Zo kregen alle deelnemers een vast slaap-waak ritme. Het verschil tussen beide groepen, was dat in de experimentele groep hoog-intensiteit lichttherapie werd toegepast, terwijl van het controle-licht in de controlegroep geen aanvullende waarde verwacht werd.

Alle onderzoeksdeelnemers pasten twee maal per dag lichttherapie toe op vaste tijden gedurende een periode van drie maanden (de behandelperiode). Hierna werden zij nog zes maanden vervolgd (follow-up periode), om te zien of de eventuele effecten van de behandeling blijvend waren.

De ernst van de depressieve klachten werd gemeten met behulp van vragenlijsten. Daarnaast werd de kwaliteit van slaap onderzocht met behulp van vragenlijsten, een slaapdagboek, en een actigrafie-horloge (een horloge dat het patroon van slaap en activiteit vastlegt). Er werd tevens gekeken of de behandeling een positieve invloed had op het bewegen, de kwaliteit van leven van de onderzoeksdeelnemer en de zorgzwaarte voor de mantelzorger. Tenslotte werd speeksel verzameld, met als doel de concentratie van melatonine en cortisol, twee hormonen waaraan we de biologische klok kunnen aflezen, te bepalen.

Al deze maten werden afgenomen vóór aanvang van de behandeling (T0), zes weken na start van de behandeling (T1), aan het einde van de behandeling (T2) en één (T3), drie (T4) en zes maanden (T5) na het afronden van de behandeling. Hierbij werd met behulp van een statistische analyse op T2 en T5 gekeken of er een significant verschil was in de bovengenoemde uitkomstmaten. De analyses werden gecorrigeerd voor leeftijd, medicatiegebruik, therapietrouw en blootstelling aan natuurlijk daglicht.

Resultaten:
Iets meer dan de helft  van de onderzoeksdeelnemers (54%) was man. De gemiddelde leeftijd was 64 jaar.

In beide onderzoeksgroepen was er sprake van een duidelijke afname van depressieve klachten, zoals weergegeven in Figuur 1. Aan het einde van de behandelperiode was 62.5% van de deelnemers uit de experimentele groep hersteld van zijn of haar depressie, in vergelijking met 51.5% van de controlegroep. De verschillen in depressieve klachten tussen de beide onderzoeksgroepen aan het einde van de behandeling (op T2) waren echter statistisch niet significant. Aan het einde van de follow-up periode (op T5) was de score van de controlegroep op de depressie-vragenlijst significant lager, dan die van de experimentele groep.

Uit de vragenlijsten kwam naar voren dat de ervaren slaapkwaliteit ook duidelijk verbeterde in beide onderzoeksgroepen. In de groep die behandeld werd met een combinatie van slaap-waak structurering en lichttherapie was er een significant grotere verbetering van de slaapkwaliteit, zoals gemeten met het slaapdagboek, dan in de controlegroep.

Uit het speekselonderzoek bleek dat gedurende de behandelperiode de totale hoeveelheid cortisol dat over de dag uitgescheiden wordt, afnam in de experimentele groep, terwijl deze juist toenam in de controlegroep. Dit leidde tot een significant groepsverschil op T2.

Door een fout in de bepaling van de melatonineconcentraties in het laboratorium waren de melatonineconcentraties helaas niet betrouwbaar; deze konden dus niet geanalyseerd worden. Er waren geen significante verschillen tussen de experimentele en controlegroep in de resultaten van de actigrafie-analyses (de objectieve slaapmaten), de motoriek, de kwaliteit van leven en zorglast voor de mantelzorger.

Betekenis van de onderzoeksresultaten:
Uit ons onderzoek komt naar voren dat een combinatie van slaap-waak structurering en lichttherapie niet effectiever is in het verminderen van depressieve klachten, dan een combinatie van slaap-waak structurering en een controlelamp. Op basis van deze studie kunnen wij lichttherapie dus niet adviseren als een behandeling voor depressie bij mensen met de ZvP.

Wel zagen wij in beide onderzoeksgroepen een duidelijke verbetering van de stemming en slaap. Deze verbetering kan mogelijk verklaard worden door een placebo-effect, door het natuurlijk beloop van de klachten, waarbij een deel van de parkinsonpatiënten met een depressie hier spontaan van herstelt, of door een verbetering van het slaap-waak ritme. Uit eerdere onderzoeken bij mensen zonder de ZvP is gebleken dat het hanteren van een vast slaap-waak ritme (dus het naar bed gaan en opstaan op vaste tijden) een effectieve manier is om slaapproblemen en depressieve klachten te verminderen. Dit is een interessante hypothese, die verder onderzocht zal moeten worden in vervolgonderzoek.

De ernst van de depressieve restklachten aan het einde van de studie was minder in de controlegroep dan de experimentele groep. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat alle onderzoeksdeelnemers in de follow-up periode een andere behandeling, zoals bijvoorbeeld een antidepressivum of psychotherapie, konden starten. Omdat er aan het einde van de behandelperiode meer mensen met depressieve restklachten waren in de controlegroep dan in de experimentele groep, zullen naar verwachting meer onderzoeksdeelnemers in de controlegroep aanvullende behandeling gezocht hebben, wat de verdere verbetering van depressieve klachten in deze groep gedurende de follow-up periode kan verklaren.

De ervaren slaapkwaliteit verbeterde gedurende de behandelperiode sterker in de experimentele groep, dan in de controlegroep. Een verbetering van de slaap door lichttherapie is ook in andere onderzoeken bij mensen met de ziekte van Parkinson aangetoond; de resultaten van ons onderzoek steunen deze bevindingen. Lichttherapie in combinatie met het verbeteren van het slaap-waak ritme heeft dus een positief effect op de ervaren slaapkwaliteit.

De cortisolconcentratie in het speeksel van deelnemers in de experimentele groep verminderde, waarbij er aan het einde van de behandelperiode een significant verschil was tussen de experimentele en controlegroep. In eerder wetenschappelijk onderzoek bij mensen zonder de ZvP, werd aangetoond dat lichttherapie invloed heeft op de uitscheiding van cortisol. Toegenomen cortisolspiegels zijn geassocieerd met een lichte slaap. Wij denken dan ook dat de verbetering van de slaapkwaliteit in de experimentele groep een gevolg is van de afname in cortisolsecretie onder invloed van lichttherapie. Om deze hypothese te bevestigen is echter vervolgonderzoek nodig.

De bevindingen van dit onderzoek zijn beschreven in een Engelstalige publicatie, die aangeboden is aan een internationaal vakblad. Ook zullen de bevindingen gepresenteerd worden op (inter)nationale congressen.

Wij bedanken de Stichting Parkinson Fonds, Hersenstichting Nederland, en de Parkinson Vereniging voor hun steun aan dit belangrijke onderzoek, Daarnaast willen wij heel graag de deelnemers van harte bedanken voor hun bijdrage aan deze studie. Zonder de actieve deelname van mensen met de ziekte van Parkinson komen we niet verder in onze zoektocht naar nieuwe behandelopties.

De projectleden,

Mw. drs. S. Rutten, Psychiater en promovendus

Dr. C. Vriend, neurowetenschapper

Prof. dr. H.W. Berendse, neuroloog

Prof. dr. J.H. Smit, methodoloog

Prof. dr. E.J.W. van Someren, neurowetenschapper

Dr. Y. D. van der Werf, neurowetenschapper

Prof. O.A. van den Heuvel, psychiater

 

Stuur mij dit artikel per email

Deel dit artikel

Ook interessant

Patiëntenportret Twan Hendriks

“Vroeger deed ik alles in no time, nu in slow motion. Vallen en opstaan, moeilijke tijden en ‘ach, het valt wel mee-dagen’. Zo beleeft de…

nieuwe ontdekking in zenuwcelstudie

Nieuwe ontdekking in zenuwcelstudie

Er is een nieuwe ontdekking in zenuwcelstudie van dr. Wim Mandemakers (Erasmus MC), die we graag met u willen delen. Hij deed twee interessante nieuwe ontdekkingen,…

Nieuwe gen ParkinsonFonds

Nieuw gen voor Parkinson en Lewy Body dementie

Persbericht Erasmus MC: “ontdekking zorgt voor beter begrip van ontstaan van Parkinson en dementie”