Doneer direct
26 juni 2015

De geschiedenis van Parkinson

De eerste beschrijvingen van mensen met de ziekte van Parkinson dateren uit het oude Egypte. De ziekte wordt ook beschreven in de christelijke Bijbel en boeken van Claudius Galenus. Claudius Galenus of Aelius Galenus, was een bekende Romeinse (van Griekse afkomst) arts en filosoof.

Tot de 17e eeuw wordt er in de literatuur nauwelijks verwezen naar ziekte van Parkinson.

Auguste François Chomel, een Franse patholoog, John Hunter, een Schotse chirurg, Hieronymus David Gaubius, een Duitse arts en apotheker en Franciscus Sylvius, een Nederlandse chemicus, fysioloog en anatoom, alle beschreven Parkinson-achtige symptomen tijdens de 17e en 18e eeuw.

Dr-James-Parkinson

James Parkinson – deze Engelse arts (1755-1824) beschreef als eerste de verschijnselen van deze toen nog onbekende ziekte. Hij ontdekte destijds al dat er geen waarneembaar begin van de ziekte is en dat de klachten zich langzaam progressief ontwikkelen. Ook meldt hij in zijn rapport over ‘shaking palsy’ dat patiënten, voor de ziekte zich daadwerkelijk uit, een gevoel van zwakte ervaren en last hebben van het trillen van een of beide handen.

 

 

Jean-Martin Charcot (1825-1893) – was een Franse arts die wordt beschouwd als een van de grondleggers van de neurologie.

Na aan de universiteit van Sorbonne gepromoveerd te zijn met als specialisme gewrichtsreuma, ging hij werken als arts. Na enige jaren keerde hij terug naar Parijs, waar hij werd benoemd tot hoogleraar in de pathologische anatomie. Hij verrichtte zeer veel onderzoek naar anatomie en de pathologie van het zenuwstelsel en ontdekte de ziekte amyotrofe laterale sclerose (ALS). Ook toonde hij aan dat multiple sclerose en de ziekte van Parkinson twee verschillende ziekten waren.

Frederic Lewy (1885-1950) – een prominente Joods Duits-Amerikaanse neuroloog. Hij is bekend vanwege de ontdekking van Lewy bodies, karakteristieke indicatoren van dementie-met-Lewy-bodies en de ziekte van Parkinson.

Konstantin Nikolaevitch Tretiakoff (1892-1958) – een Russische neuropatholoog. Tijdens het schrijven van zijn proefschrift voor zijn doctoraat in L’Assistance Publique des Hopitaux de Paris, France, beschreef hij de degeneratie van de substantia nigra – hij was de eerste die de anatomische structuur van de nigra wist te koppelen met de ziekte van Parkinson. Tretiakoff’s bevindingen werden niet geaccepteerd door velen in de medische gemeenschap, totdat ze werden bevestigd in verdere studies uitgevoerd door Rolf Hassler in 1938.

Rolf Hassler (1914-1984) – een vooraanstaande Duitse patholoog. Hassler heeft belangrijke ontdekkingen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson gedaan. In 1938 publiceerde hij de autopsierapporten van Parkinson-patiënten deze toonde aan dat de substantia nigra pars pallidus het meest getroffen deel van de hersenen was, dit deel had veel neuronen verloren en had een overvloedige opeenstapeling van Lewy bodies. Hij werd een pionier in hersenchirurgie bij tremors.

Arvid Carlsson (1923) –  een Zweeds wetenschapper en Nobelprijswinnaar. Hij is vooral bekend om zijn werk op het gebied van de neurotransmitter dopamine en de effecten hiervan op de Ziekte van Parkinson. Voor dit onderzoek kreeg hij in 2000 de Nobelprijs voor de Geneeskunde. Hij deelde de prijs met Eric Kandel en Paul Greengard.

In 1957 demonstreerde Carlsson dat dopamine een neurotransmitter is die zich in de hersenen bevindt en signalen overdraagt van de ene naar de andere zenuwcel. Tot dusver werd nog aangenomen dat dopamine een precursor was van een andere neurotransmitter.

Carlsson ontwikkelde een methode om de hoeveelheid dopamine in hersenweefsel te meten. Hij ontdekte dat het dopaminegehalte in de basale ganglia, het gedeelte van de hersenen dat bewegingen aanstuurt, erg hoog was. Hij toonde vervolgens aan dat dieren die de drug reserpine kregen, die het dopaminegehalte in de basale ganglia deed afnemen, minder controle hadden over hun bewegingen. Deze effecten waren vergelijkbaar met die van mensen die leden aan de ziekte van Parkinson. Door dezelfde dieren levodopa (L-dopa), een precursor van dopamine, te geven, kon hij de effecten weer ongedaan maken. Deze ontdekking zorgde ervoor dat artsen mensen met de ziekte van Parkinson levodopa gingen geven in de hoop de symptomen te verzwakken. Dit bleek bij een vroeg stadium van de ziekte te werken.

Casimir Funk, eigenlijk Kazimierz Funk (Warschau, 23 februari 1884 – Albany (VS), 19 november 1967), was een Pools biochemicus die bekendstaat als degene die in 1912 als eerste het concept vitamine formuleerde. Hij sprak van vitale amines of vitamines.

Kazimierz Funk (ookwel Casimir Funk 1884-1967) – een Poolse biochemicus. Tot de komst van “levodopa”, waren anticholinergica en chirurgie de enige beschikbare behandelingen voor patiënten met Parkinson. Funk ontwikkelde gesynthetiseerde levodopa (L-Dopa) in 1911, maar het was pas in het midden van de vorige eeuw dat het middel enige bekendheid kreeg. Pas vanaf 1967, werd levodopa gebruikt om Parkinson onder controle te houden.

Deel dit artikel